Gruemelke204
Gr. febr.2012 110 DSC02419 - DSC02473

GGD

Waarom toezicht GGD?
De rijksoverheid stelt aan kindercentra, gastouderbureaus, gastouders en peuterspeelzalen kwaliteitseisen op onder andere het gebied van: personeel, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting, groepsgrootte, beroepskracht-kind-ratio, pedagogisch beleid en pedagogische praktijk, ouderinspraak, klachten, voorschoolse educatie en aan de zorgplicht en taken van het gastouderbureau. De kwaliteit van de eerste jaren van een kind heeft grote invloed op zijn latere ontwikkeling. het aanbieden van verantwoorde kinderopvang in een gezonde en veilige omgeving is daarom belangrijk.

Wie is waarvoor verantwoordelijk?
Het kindercentrum, de peuterspeelzaal of de gastouder is verantwoordelijk voor het leveren van kwalitatief goede kinderopvang. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van die kwaliteit. In opdracht van de gemeente voert de GGD inspectieonderzoeken uit, waarbij zij beoordeelt of aan de gestelde eisen wordt voldaan.

Waarop is het toezicht gebaseerd?
Om de kwaliteit te kunnen beoordelen heeft de rijksoverheid onder meer regels in de ‘Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’, het ‘Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen’, het ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’ en de ‘Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen’ geformuleerd. Om te kunnen  beoordelen of aan deze regels wordt voldaan, werken alle GGD-toezichthouders in Nederland met dezelfde instrumenten, om op een gestructureerde manier informatie te verzamelen tijdens een inspectiebezoek. Ieder kindercentrum wordt jaarlijks geinspecteerd.

Wat is het doel van het inspectierapport?
De bevindingen van een (jaarlijks) inspectieonderzoek staan in een inspectierapport. Het doel van dit rapport is:

  1. Weergeven van het oordeeel over het al dan niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen;
  2. Aan de gemeente rapporteren in hoeverre het kindercentrum aan de kwaliteitseisen voldoet en een advies uitbrengen over eventuele vervolgstappen;
  3. De ouders informeren over de mate waarin het kindercentrum aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en de Wet klachtrecht clienten zorgsector voldoet.

Vierogenprincipe
Een beroepskracht op het kinderdagverblijf mag volgend jaar niet meer aan het werk zijn zonder dat een collega hem of haar kan horen en/of zien. Dit moet dus voorkomen dat een beroepskracht alleen kan zijn met 1 of meer kinderen. Deze maatregel is vertaald naar: meer ogen op de groep, meer oren op de groep en transparantie van de ruimtes.

Vanaf juli 2013 controleert de inspectie alle locaties op de juiste uitvoering hiervan. De Brancheorganisatie Kinderopvang en BOinK hebben samen een speciaal boekje over dit onderwerp uitgebracht.

Inspectierapporten ‘t Gruemelke
Deze inspectierapporten geven een overzicht van de getoetste eisen en geven hierbij aan wat de GGD-toezichthouder heeft geconstateerd en wat zijn beoordeling is.

Rapport 2017
Rapport 2016
Rapport 2015
Rapport 2014
Rapport 2013
Rapport 2012
Rapport 2011

Beoordeling toezichthouder:
De beroepskrachten gaan -vanuit een duidelijke pedagogische visie- op persoonlijke wijze een relatie aan met de kinderen. Men vindt het van belang elke dag opnieuw een klimaat te scheppen waarbinnen ieder klind tot zijn recht komt en de zorg en aandacht krijgt die het nodig heeft.

Kinderdagverblijf ‘t Gruemelke ontvangt maximaal 9 kinderen (stamgroep) per dagdeel varierend in leeftijd van 2 maanden tot 4 jaar. Het kinderdagverblijf heeft als buitenruimte een patiotuin waar het goed toeven is, zelfs bij hogere temperature. Er heerst een ontspannen, rustige sfeer op de groep.

De houder heeft alle documenten prima op orde. Deze zijn ook tijdig aan de toezichthouder gestuurd, waardoor deze zich -hoewel het een onaangekondigd inspectiebezoek betrof- goed kon voorbereiden.

 

(C) 2014 Kinderdagverblijf  ‘t Gruemelke